“Practoraat en lectoraat sluiten goed op elkaar aan”

Wat zijn jouw verwachtingen?

Eldrid Bringmann, directeur Faculteit Gezondheidszorg, Hogeschool Leiden

“Uiteindelijk willen we de zorg verbeteren door de zorgprofessionals van de toekomst op te leiden die in staat zijn om adequate zorg te leveren waar het werkveld en de maatschappij behoefte aan hebben. De verre stip op de horizon is geformuleerd door het ministerie van VWS*). Daarbij willen we ervoor zorgen dat de door ons opgeleide zorgprofessionals er zelf aan kunnen bijdragen dat ze duurzaam inzetbaar zijn en persoonsgerichte zorg leveren.

Dementiezorg
Innoveren van de beroepspraktijk kun je alleen maar samen met mensen die in de zorg werkzaam zijn. Denk bijvoorbeeld aan dementiezorg: op dat vlak kunnen zorgprofessionals het beste vertellen hoe het nu gaat en wat er nodig is. Zorg gaat steeds meer naar de wijk. De professionals daar weten wat er leeft. We kunnen ons oor nog meer bij hen te luister leggen en dan onze aanpak bepalen.

Technologie
Ik geloof in een ontwerpende benadering. Al doende leer je van en met elkaar. Kennisdelen vind ik daarbij superbelangrijk. Juist ook in en mét het werkveld. De kracht van het CIV is dat het goed kan luisteren naar mensen in het werkveld. Mijn verwachting is dat we daarmee doorgaan. Zo weten we ook waar aanpassingen nodig zijn in de opleidingen. Als we die doorvoeren, stemmen we ook weer met het werkveld af wat aansluit bij de behoefte. Bij innovatie kun je enerzijds denken aan nóg meer technologische hulpmiddelen ontwikkelen, maar er is al zoveel ontwikkeld. Ik denk vooral aan hoe we zorgprofessionals kunnen opleiden om te zorgen dat ze al die nieuwe mogelijkheden adequaat kunnen inzetten op de werkvloer. Zodat zorgprofessionals en cliënten/patiënten met nieuwe technologie om leren gaan en er vertrouwd mee raken. Het Experimenteerhuis in Zoetermeer vind ik een prachtig voorbeeld hiervan. Op dat gebied kunnen mbo en hbo de handen meer ineenslaan.

Als mbo en hbo moeten we blijven samenwerken

Om kennis te delen heb je een brede leergemeenschap nodig. Met de student, begeleider, patiënt en mantelzorger. We organiseren al fysieke bijeenkomsten hiervoor. Het is nodig om de krachten te bundelen in lokale samenwerkingsverbanden. Als mbo en hbo moeten we blijven samenwerken. Een practoraat en lectoraat sluiten goed op elkaar aan en hebben hetzelfde doel: reflectieve zorgprofessionals opleiden met een onderzoekende houding. Ik zie als uitdaging om het onderwijscontinuüm verder te verbeteren, om studenten die het willen nog beter toe te leiden van een mbo- naar een hbo-opleiding. Vanuit verpleegkunde is dat al goed op orde, bij fysiotherapie zien we ook kansen, bijvoorbeeld vanuit mbo-sport en beweging. We zien dat er wel belangstelling voor is.

Samenwerken
In de samenwerking tussen mbo en hbo geldt wat mij betreft ook: onbekend maakt onbemind. Het is belangrijk dat we nog duidelijker over het voetlicht brengen wat een mbo- en wat een hbo-opgeleide zorgprofessional kan bijdragen en ook waarin ze verschillen, met wederzijds respect. Allebei zijn even belangrijk en dragen een belangrijk steentje bij. Vanuit de opleidingen kunnen we meer aandacht besteden aan interprofessioneel samenwerken. Zodat studenten Verpleegkunde goed kunnen samenwerken met andere disciplines in bijvoorbeeld welzijn en beweegzorg. Ook als het gaat om verschillende professies, bijvoorbeeld de samenwerking tussen een verpleegkundige met artsen of medisch specialisten.

We zijn al continu aan het veranderen

Tijd begint een probleem te worden. Als je het werkveld wilt betrekken, moeten medewerkers daar wel tijd voor krijgen. Nu worden ze vaak opgeslokt door ‘handen aan het bed’, dat uiteraard altijd voorrang krijgt. Er is uitval en ziekte, de roosters zijn al nauwelijks rond te krijgen. De zorg voor de patiënt gaat altijd voor. Mijn verwachting is dat de factor ‘tijd’ een belangrijke hobbel blijft om innovatie en een kenniscommunity goed van de grond te krijgen. Er moet echt tijd beschikbaar komen. Innovatie klinkt soms als een containerbegrip, een modewoord. Het wekt verwachtingen. Maar we zijn continu al aan het veranderen. Verandering is in feite een constante. Dat vraagt om een reflectieve houding: wat is er nodig, hoe vinden we de taal om met elkaar in gesprek te gaan. In feite gaat het om een leven lang ontwikkelen.”

*(zorgen dat in 2040 alle mensen in Nederland vijf jaar langer leven in goede gezondheid en dat de verschillen in gezondheid tussen de laagste en hoogste sociaaleconomische groepen met 30% is afgenomen).