Lees onderaan dit artikel de reactie van student Angelique.
In het Leerhuis ontwikkelen mbo Verpleegkunde studenten zich razendsnel. Soms pas 16 jaar oud, stappen ze het werkveld in en worden daar geconfronteerd met emotionele situaties die je niet uit een lesboek leert. Hoe kunnen ze daar het beste mee omgaan en ervan leren? Charlotte van den Eijnde, Leyden Academy en Marianne Schouwstra, docent mboRijnland en projectleider bij het Leerhuis van CIV Welzijn & Zorg doen hier onderzoek naar: ‘Morele ontwikkeling in mbo zorgonderwijs: leren
van ervaringen’.
Het Leerhuis van mboRijnland, Zorgpartners Midden-Holland en CIV Welzijn & Zorg is een
innovatieve leeromgeving waar praktijk en theorie op één locatie worden gecombineerd. Momenteel gebeurt dit op Savelberg en de Hanepreij van Zorgpartners Midden-Holland. Komend schooljaar komen er meer locaties bij.
Wat wordt bedoeld met moreel leren?
Charlotte: “Moreel leren is leren over het goede doen. Je maakt de hele dag door allerlei ervaringen mee, leuk en minder leuk, vaak zonder erbij stil te staan. Het betekent samen stilstaan bij wat je meemaakt, nagaan wat jouw normen en waarden zijn en beseffen dat die kunnen verschillen van anderen. Door
deze ervaringen te delen en te bespreken in het onderwijs, willen we studenten helpen bewuster om te gaan met ethische dilemma’s, beter in te spelen op complexe situaties in de praktijk en zelfverzekerder te worden in hun rol als zorgprofessional.”

Charlotte van den Eijnde (links).
Marianne, wat was jouw eerste reactie toen Charlotte dit onderzoek voorstelde?
“Wij, de docenten, zien de studenten steeds jonger binnenkomen. Ze gaan vrij snel de praktijk in en worden soms met extreme situaties geconfronteerd. Terwijl ze nog maar weinig werk- en levenservaring
hebben. Dat kan best heftig zijn. Dus ik was meteen enthousiast.”
Wat voor extreme situaties zijn dat?
Marianne: “Veel van de 16-jarigen vindt het normaal dat ze agressief gedrag tegenkomen op bijvoorbeeld een psychogeriatrische afdeling. Maar dat is het natuurlijk niet. Het is interessant om erachter te komen wat er speelt in het hoofd van de studenten. Hoe gaan ze met zo’n situatie om en wat leren ze ervan? We staan daar uitgebreid bij stil tijdens onze lessen.”
Hoe pakken jullie dit aan?
Charlotte: “Tijdens iedere les staan de ervaringen van studenten centraal. We zoomen per les dieper in op een bepaald type ervaring, bijvoorbeeld rondom onzekerheid. We bespreken dit en we gebruiken ook, vaak creatieve werkvormen om ermee aan de slag te gaan. Iedere les kan anders verlopen, omdat we het heel open houden en laten aansluiten bij wat studenten zelf willen bespreken.”
Marianne vult aan: “Reflecteren vonden ze in het begin moeilijk. Ze konden tot in detail een situatie beschrijven, maar hoe ze het zelf ervaarden dat bleef weg. Ze beschreven hun ervaringen in een soort rapportagestijl: kort en bondig. Terwijl wij juist willen weten wat het met jou doet. Je mag verdrietig zijn onder bepaalde omstandigheden of heel blij. Ze lieten de emoties achterwege. Dat zijn ze niet gewend, want er wordt zelden naar gevraagd, maar jij mag daar als zorgprofessional iets van vinden.”
Welke ervaringen worden zoal besproken?
Marianne: “Denk aan agressie, rouw en euthanasie. Situaties waar slaan, schoppen en schelden in voorkomen. Maar ook het meemaken van het overlijden van een cliënt. Een veelgehoorde opmerking was: ja maar dat hoort bij ons vak. Klopt, maar het doet ook iets met jou als persoon. En dat mag.”
Welke inzichten zijn tot nu toe naar boven gekomen?
Charlotte: “Naast het bespreken en opschrijven van ervaringen, gebruiken we ook creatieve methoden. Zo moesten studenten bijvoorbeeld een situatie nakleien waarin ze zich onzeker voelden in hun stage. Wat opviel was dat ze tot in detail de cliënt, de werkbegeleider en het bed boetseerden, maar zichzelf, de hoofdpersoon, vergaten. Dit laat zien hoe lastig het is om in een situatie echt stil te staan en te reflecteren op je gevoel en wat het met jou doet. Vaak vinden studenten het reflecteren op het eigen handelen makkelijker, maar stilstaan bij jezelf en je emoties is echt een stap verder. Met deze werkvormen leren we ze om naar zichzelf te kijken en zichzelf te zien.”
Marianne noemt nog een ander inzicht: “Een verschil in normen en waarden. De één staat bijvoorbeeld achter euthanasie en de ander niet. Maar door dat te benoemen ontstaat er een mooi gesprek over het moreel.”
Tijdens de reguliere opleiding komen deze onderwerpen ook aan bod. Wat doen jullie anders?
Charlotte: “Natuurlijk besteden ze daar ook aandacht aan het bewust nadenken over eigen handelen. Vaak is dit onderdeel van een lesprogramma. Doelen en lessen staan vaak al vast. Wij gaan meer fluïde te werk. Doordat in ons onderzoek de focus ligt op de ervaringen van studenten, spelen we meteen in op wat op dat moment belangrijk voor hen is en wat meemaken. Zo sluit het direct aan op de praktijk en
gaan we dieper in op wat er écht speelt.”
Wat zijn de reacties uit het werkveld?
Marianne: “Vanuit het Leerhuis heb ik regelmatig contact met de werkbegeleiders. Op een dag zei één van hen: ‘Joh, wat gebeurt er met die studenten? Ik krijg prachtig uitgewerkte reflecties!’ Wij moedigen studenten aan om niet alleen te reflecteren op hun ervaringen, maar deze ook actief te delen met hun begeleiders op de werkvloer. Dat levert waardevolle inzichten op. Voor de begeleiders én voor de studenten zelf.”
Wat levert dit op voor het onderwijs?
Charlotte: “Uiteindelijk willen we onze onderzoeksresultaten omzetten in praktische handvatten. Een soort module of doe-boek, zodat anderen in het onderwijs hier ook mee aan de slag kunnen.”
Waarom is dit onderzoek belangrijk?
Charlotte: “We hebben te maken met een maatschappelijk probleem: er is een groot personeelstekort in de zorg en veel uitstroom. Dit onderzoek is opgezet met de vraag: hoe behoud je de zorgprofessional? De zorgpraktijk is complex. Regels veranderen continu, je werkt steeds met andere collega’s en cliënten, die allemaal hun eigen normen en waarden hebben. Je staat altijd onder tijdsdruk en het vak wordt vaak
ondergewaardeerd. Wat als je studenten daar beter op voorbereidt? Het gaat ook om zorg voor de zorgprofessionals. We maken ze klaar om met die complexiteit om te gaan. Uit onderzoek blijkt dat
het opschrijven, bespreekbaar maken en delen van ervaringen – bijvoorbeeld via creatieve werkvormen – bijdraagt aan persoonsgerichte zorg. Door zorgprofessionals en studenten te
ondersteunen in hun morele ontwikkeling, bouwen we aan een generatie die beter is voorbereid op de complexe uitdagingen van de praktijk. Dit vergroot hun veerkracht en zelfvertrouwen, én draagt bij aan een duurzame zorgsector waarin professionals behouden blijven.”
Marianne vult aan: “Je bent altijd aan het zoeken hoe je die student op de beste manier kan voorbereiden. Je wil niet dat ze over twee jaar een andere baan gaan zoeken.”

Angelique, derdejaars student Verpleegkunde
“Het is leuk dat je de meningen van je medestudenten hoort en je leert jezelf kennen. Je krijgt bijvoorbeeld tips hoe je om kan gaan met agressie. Ik vond het in het begin wel lastig om over mijn
emoties te praten. Later ging het beter, omdat iedereen in dezelfde situaties terechtkomt. Het is fijn om te horen dat anderen ook weleens angstig zijn in bepaalde situaties of moeite hebben met rouw. Dat je denkt, oh ik ben niet de enige, zij hebben er ook last van. De lessen zijn leuk en ik ben daardoor meer gefocust. We bespreken interessante casussen. Als je later zelf in zo’n situatie terechtkomt, dan weet je wat je moet doen. Dan is het niet zo schrikken.”
Dit project is een samenwerking tussen het practoraat ‘welzijn en zorg’ van mboRijnland, CIV Welzijn & Zorg en Leyden Academy, mede mogelijk gemaakt door financiering van het Jo Visser fonds.