“Het mag best mooi in de spotlight komen”

Wat zijn jouw verwachtingen?

Nienke van Liempt, beleidsadviseur aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, gemeente Gouda

“Ik vind het belangrijk dat er in het kernteam iemand van de gemeente zit en heb daarom de rol van Frank Slingerland, die nu bij Campus Gouda zit, overgenomen. Zonder ons zal er ook veel gebeuren als het gaat om de samenwerking onderwijs en praktijk, maar we laten ermee zien dat ook wij het belangrijk vinden en er ons best voor doen. We willen er ambassadeurschap mee uitstralen.

Blijf projecten delen

Bij de werkveldconferentie was ik vooral verrast door de diversiteit en de veelheid van projecten die er al lopen. Het is belangrijk dat de energie goed blijft en dat je projecten blijft delen. Ik denk dat mensen het soms lastig vinden om ervaringen te delen op een podium. Je hoeft niet meteen naast je schoenen te gaan lopen, maar ik zie ook vaak dat mensen denken: dit doen we gewoon, dit is ons werk, maar dan onderschatten ze welke kennis ze hebben die anderen nog niet hebben. Dat mag best mooi in de spotlight komen. Denk ook niet te snel dat iedereen CIV Welzijn & Zorg wel kent. Ik merk bij de gemeente dat de kennis over wat het CIV is nog niet altijd zover reikt als we vanuit de eigen CIV-cirkel soms denken. Het is goed om onze verhalen uit te dragen. Ik zie ook andere branches waar het echt nog niet vanzelfsprekend is dat onderwijs en praktijk samenwerken om voldoende mensen op te leiden voor de toekomst, zoals we dat wel in het CIV doen.

Verbindende factor
Als nieuw lid kernteam moet ik de precieze rol nog goed leren kennen. Ik vind het belangrijk dat mensen kunnen aankloppen om te bespreken waar ze tegen aanlopen met hun project. Of gewoon met de open vraag om eens mee te denken, als kritische tegenlezer. Misschien kunnen we ze in contact brengen met anderen die er ook al ervaring mee hebben. Als kernteam kun je niet alle problemen oplossen, je hebt wel een overzicht van projecten en je kunt een vraagbaak en een verbindende factor zijn. We kunnen mensen in de goede richting sturen. Ik ben vooral blij als anderen weer blij zijn met die hulp, zodat lopende projecten goed door kunnen. Innovaties lopen nooit als een rechte lijn in een grafiek van linksonder naar rechtsboven. Je loopt vast tegen dingen aan, dat gebeurt altijd, maar het is zonde als dan de aandacht verslapt. We kunnen voorkomen dat je met nieuwe projecten opnieuw moet uitvinden wat in andere projecten al geleerd is.

Ik heb hiervoor in Brussel gewerkt en op Europees niveau onderwijs, onderzoek en innovatie op beleidsniveau gevolgd. Wat ik grappig vind, is dat het in mijn baan bij de gemeente over precies dezelfde thema’s gaat. Alleen waar ik nu zit, kan ik zorgen dat het echt in de praktijk wordt opgepakt. Dat vind ik heel interessant. Wat me in Brussel opviel, is dat er vaak over studenten gepraat wordt, maar niet zo vaak mét studenten. Dat is goed om wel te doen.

Durf eerlijk te zijn

Ik denk dat het voor organisaties nog lastig is om tijd vrij te maken voor innovatie. Dat ze er toch bij zijn, zegt al veel voor mij. Wat soms ook lastig kan zijn, is open zijn over waar je tegen aanloopt. Ik denk dat we ze kunnen helpen om zich in die zin ‘kwetsbaar’ op durven stellen. Durf ook eerlijk te zijn wat er nog niet helemaal goed gaat. We zitten nu in een periode waar je niet om vernieuwing heen kunt om de zorgvraag aan te kunnen. Misschien is de zorg een sector waar niet iedereen even snel open staat voor vernieuwing. De studenten van nu pakken vernieuwing in elk geval wel heel snel op en staan open voor allerlei nieuwe tools, een intelligent bed bijvoorbeeld.

Innovatie floreert voor mij als oudere mensen bijvoorbeeld langer in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen zonder dat het ten koste gaat van hun zorg. Omdat er slimme meetmethodes zijn die ze zelf kunnen doen en omdat zorgprofessionals thuis kunnen komen. Ik zie het ook bij mijn broer die nu met hersenletsel door een ongeluk toch zo zelfstandig mogelijk kan blijven, dankzij de zorg die hij krijgt. Gelukkig hoeft hij niet op een andere manier te gaan wonen waar hij zijn ruimte inlevert en met tien mensen op een gang zit omdat alleen daar de zorg geleverd kan worden. Als je ziet hoeveel hulp hij krijgt en met hoeveel liefde die zorg gegeven wordt…. Over zorg denk je niet na totdat het nodig is. Het blijft zo belangrijk.”